Parametertoegangsniveaus koppelen aan parameters
Parametertoegangsniveaus worden gebruikt om te bepalen wie parameters mag bekijken en/of wijzigen. Parameters zijn de instellingen van een installatie. U kunt deze instellingen via de bijbehorende tegel op de Procespagina bekijken en wijzigen. Bij de instellingen van een installatietype kan per parameter ingesteld worden met welk parametertoegangsniveau een gebruiker deze parameter kan bekijken. Volg de stappen hieronder om een toegangsniveau te koppelen aan een parameter. Parametertoegangsniveaus kunt u aanmaken en aan rollen toekennen via het Als er geen parametertoegangsniveau ingesteld is voor een parameter, dan hebben alleen administrators toegang tot deze parameter |
|
1. Ga in het linkermenu naar 2. Open de |
|
3. Klik op het tabblad 4. Open de 5. Selecteer de gewenste toegangsniveaus onder Parameter toegangsniveaus. Selecteer het bovenste vakje om alle toegangsniveaus te selecteren. 6. Klik op |
|
Met bulk editing kunt u de parameter toegangsniveaus voor meerdere parameters tegelijkertijd bewerken, klik hier voor meer informatie.